• gepubliceerd
  • leestijd
    ± 5 minuten

Hoe 1 sollicitatiegesprek een decennium Swinken werd

In dit blog blikt Vincent terug op 10 jaar Swinken, die zonder bepaalde magische woorden misschien maar 30 minuten waren geweest.

Mei 2021 werk ik alweer 10 jaar bij Swink. In mei 2011 zette ik mijn eerste stappen bij Swink, toen nog Opdrachtenbank aan de Donauweg in Amsterdam. Een totaal nieuwe wereld van ICT-helpdesk naar alles gerelateerd aan websitemigraties en e-learning. In dit blog blik ik terug op die 10 jaar, die zonder bepaalde magische woorden in het sollicitatiegesprek misschien maar 30 minuten waren geweest.

De zon komt op bij het IJ in Amsterdam

Het prille begin

Voordat ik bij Swink kwam werken was ik ongeveer een jaar werkloos. Een lastig jaar omdat ik daarvoor twee technische ICT-helpdeskbanen had gehad waar je vooral vragen gerelateerd aan pc’s en printers kreeg. Banen waar rekening houden met mijn autisme een uitdaging was. Managers die hard hun best deden, maar waar een bepaalde vastgeroeste werkwijze ‘gewoon’ onderdeel van de bedrijfscultuur was geworden. In die branche was toen heel veel aanbod qua personeel. Dat betekende dat er soms wel 50 man op een vacature afkwam. Dan kon iets simpels als kledingstijl (poloshirt i.p.v. in pak op gesprek komen) het verschil al maken. Via mijn jobcoach kwam ik Swink op het spoor. Dat bleek een schot in de roos, maar dat leek niet zo tijdens het eerste gesprek.

Ontdekken van het nieuwe werk

Mijn sollicitatiegesprek is onderdeel geworden van de folklore rond Swink. Iets wat ik zelf totaal niet als vervelend zie maar vooral als een ultiem voorbeeld hoe pittig een sollicitatie kan zijn als je autisme hebt. Na al die afwijzingen stond ik stijf van de spanning. Dat zorgde ervoor dat het gesprek en al het totaal nieuwe werk (websites migreren i.p.v. vragen beantwoorden als ‘Mijn beeldscherm doet het niet’) enorm eng klonk. Tijdens het gesprek zei ik ‘Ik denk toch dat ik het maar niet doe’. De toenmalige HR-manager Frank de Graaf had ervaring met mensen met autisme en sprak toen de magische woorden ‘Slaap er een nachtje over dan hebben wij morgen contact’. Woorden waar hij zelf misschien niet van weet hoe groot de impact daarvan was. Hij gaf mij de ruimte om er even rustig over na te denken en de stress te laten dalen. Vooral die woorden hielpen mij om zoveel meer uit mijzelf te kunnen halen dan ik ooit dacht.

Fouten durven toegeven

In het begin moest ik erg wennen bij Swink. De regel is hier ‘je mag fouten maken als je er maar van leert’. Toe durven geven dat je een fout gemaakt hebt bij bijvoorbeeld het overzetten van een pagina is soms heel lastig. Dan moet je je je kwetsbaar op durven te stellen. Durven toe te geven dat je hulp nodig hebt en er niet uitkomt is juist met autisme soms extra uitdagend. Ik wist dat het mocht, maar toch voelde die drempel heel groot. Want hoe zouden mijn managers reageren en hoe zou ik met hun eventuele teleurstelling om kunnen gaan? Het maakte mij heel onzeker waardoor ik dus eigen­lijk automatisch alleen maar meer fouten ging maken.

Open zijn over hoe ik mij voel

Je kwetsbaar op durven stellen. Dat is niet alleen binnen het werk zelf zo extreem belangrijk, maar helemaal voor jezelf als persoon. Want hoe je in je vel zit bepaalt voor een groot deel hoe je functioneert. Bij Swink is mij geleerd om die ‘zwakte’ te durven tonen. Zien dat je geen antwoord hebt op een vraag of vastloopt in een klus en dan Margreet/ Nina om hulp vragen. Soms is misschien de uitleg niet helemaal duide­lijk geweest vanuit hen. Juist omdat ze er dan (vaak) rekening mee konden houden. Mijn manager Margreet kon bijvoorbeeld een keer extra controleren of de mailtekst wel klopte of even nakijken of de afbeelding wel goed stond in een pagina. Dat is met mijn visuele beperking soms een extra bijkomende uitdaging; niet goed zien hoe scherp een afbeelding is of hij hoe uitlijnt.

Mijzelf opnieuw uitvinden

Toen ik geleerd had dat ik mij kwetsbaar op kon stellen, was de volgende stap dat ik met mijn emoties leerde omgaan. Dat werd vroeger vaak als een zwaktebod gezien. Er was op school altijd wel iemand die je dan als een makke­lijk slachtoffer zag. Door te herkennen wat ik nodig had en wat ik voelde – waar werd ik precies onrustig over – kon ik emotionele stappen maken en als persoon groeien. Erover schrijven in de vorm van blogs hielp mij daar erg bij. Ook mijn moeder was daarin erg belangrijk. Zij vroeg vaak, wetende wat eraan kwam, waar de onrust vandaan kwam (een verjaardag/ feestdag etc.). Met dat proces nam zij erg de tijd voor mij. Dan kon ik mijn emoties even op een rijtje zetten. Door dat een langere tijd vol te houden leerde ik langs van tevoren al aankomen waardoor ik onrustig werd. Daar kon ik dan op anticiperen. Bijkomend voordeel was dat mensen via de blogs iets leerde over autisme. En dat mijn collega’s, die misschien nog nét iets minder ver waren, daar ook soms lessen uit konden opdoen.

Groeiende verantwoorde­lijkheid

Als je 10 jaar bij een bedrijf werkt groeien vaak ook je verantwoorde­lijkheden. Zo is er één klant, de Amstel Academie, waar ik al vanaf dag één veel werk voor verricht. Daardoor ken ik bijvoorbeeld de systemen inmiddels aardig goed. Met al mijn vlieguren betekent het ook dat ik bijvoorbeeld een grotere rol krijg binnen projecten. Iets waar ik soms nog aan moet wennen.

  • Want waar stopt mijn verantwoorde­lijkheid?
  • Hoe stem ik de voortgang goed af met mijn manager?
  • Wat kan ik wel of niet toezeggen?
  • Verloopt de communicatie tussen opdrachtgever en ons goed?

Margreet neemt mij heel goed mee in dit proces. Juist omdat zij er veel ervaring in heeft. Dat vind ik heel fijn omdat het mij leert gestructureerd te werken en zij zo beter weet wat ze kan verwachten. Af en toe gaat dat nog met horten en stoten, maar de hoop is dat steeds soepeler gaat. Het hebben van een soort vertrouwenspersoon en iemand die precies weet hoe ze je kan raken, is heel fijn. Zij weet misschien zelf soms niet hoe belangrijk zij is geweest voor mijn ontwikkeling en hoe dankbaar ik haar daarvoor ben al die jaren.

Op naar de volgende 10 jaar!