• gepubliceerd
  • leestijd
    ± 4 minuten

Een interview met Hilde Geurts

In dit interview legt hoogleraar klinische neuropsychologie en bijzonder hoogleraar autisme Hilde Geurts uit hoe je prikkels kunt ervaren en wat ze zijn..

In dit interview legt hoogleraar klinische neuropsychologie en bijzonder hoogleraar autisme Hilde Geurts uit wat prikkels precies zijn en hoe je die kunt ervaren als je wel en geen autisme hebt.

overprikkeling

Wat zijn prikkels?

Dat zijn alle stukjes informatie die binnenkomen via jouw zintuigen. Prikkels ervaar je bij alles wat je ruikt – proeft of voelt. De invloed van die prikkels kan per persoon verschillen.

Wat voor soorten prikkels zijn er?

Er zijn ruwweg 5 soorten prikkels, name­lijk dingen die je:

  1. voelt;
  2. ruikt;
  3. proeft;
  4. ziet;
  5. hoort.

Prikkels kunnen heel breed zijn. Zo zijn veel mensen bijvoorbeeld heel gevoelig voor een stof als wol die prikkelt (in fysieke zin). Ook kan het zo zijn dat je een bepaalde textuur van eten niet prettig vindt. Denk bijvoorbeeld aan een het smaakgevoel dat een mandarijn heeft. Jouw brein ervaart die prikkels dan als onprettig of juist als heel prettig. Het kan ook een prettige sensatie zijn die anderen misschien niet 123 ervaren. Geuren zoals een luchtje van iemand in de trein of geurkaarsen in winkels kunnen voor mensen die daar overgevoelig voor zijn ook stevig binnenkomen.

Hoe ontstaat overprikkeling?

Het brein moet je zien als een informatiefilter. Bij mensen met autisme en, zo b­lijkt uit onderzoek, ook mensen met hersenaandoeningen, kan dit filter anders afgesteld staan. Hierdoor laat het filter dan te veel informatie door of komt bepaalde informatie harder binnen. Denk aan felle lichten of bijvoorbeeld doordringende geuren.

Overprikkeling hoeft niet alleen met geur – smaak of gevoel te maken te hebben. Het kan ook zijn dat jouw brein te veel informatie moet verwerken tijdens bijvoorbeeld een werkdag. De focus die het jou dan kost kan ervoor zorgen dat het ‘emmertje’ overloopt. Een prikkel die normaal niet zoveel invloed op jou zou hebben kan dan opeens versterkt binnenkomen.

‘Overprikkeling kan zich heel verschillend uiten, bijvoorbeeld:

  • Iemand sluit zich volledig af (shutdown) van de buitenwereld
  • Iemand wordt boos/ geïrriteerd

Voor de buitenwereld kan de oorzaak dan iets heel kleins zijn (een simpele vraag bv). Wat zij dan niet weten is dat het emmertje bij de persoon met autisme al op het punt stond over te lopen en dit nu nét de grens was. Iemand was misschien al moe en overprikkeld maar liet die signalen nog niet dusdanig zien aan de buitenwereld.

Prikkels kunnen zich ook heel positief uiten. Denk aan iemand met een enorme passie, dit noemen we ook wel een ‘fiep’. Diegene kan heel enthousiast worden van een bepaald onderwerp en daardoor er heel veel energie in steken. Toch ligt ook daar overprikkeling op de loer omdat je in overdrive nét te veel energie erin wil steken.’

Hoe kun je er in een werksituatie mee omgaan?

Kijk naar aanpassingen die voor jouzelf werken. Voor sommige mensen werkt een noise cancelling koptelefoon voor een ander een stilteplek. Je moet daar als collega’s op de werkvloer een tussenweg voor vinden. Niet elke oplossing zal even goed toepasbaar zijn. Stel dat jij heel goed werkt bij het geluid van een juichend voetbalstadion, dan betekent dit natuur­lijk niet dat dit voor collega’s ook geldt.

Sommige mensen met autisme vinden het prettig om in een kantoorruimte een zonnebril te dragen. Dat helpt hen om de prikkels van fel licht beter aan te kunnen. Als je daar overgevoelig voor bent en weet dat dit helpt, kan je werkgever daar beter mee omgaan. Zij hebben hier ook profijt van omdat jij daardoor beter kunt functioneren.

In het dage­lijks leven is dat ook van toepassing. Sommige dingen zoals bovenstaande voorbeelden worden als ‘gek’ gezien door de maatschappij maar zouden beter algemeen geaccepteerd kunnen worden.

Helpt structuur om prikkels te reguleren?

‘Structuur aanbrengen helpt zeker. Daardoor kun je voor jezelf een manier vinden zodat je emmertje minder snel vol raakt. Het ‘emmertje’ is de grens die je als persoon hebt. Dit is dan de hoeveelheid prikkels die je aan kunt voordat je informatie niet meer goed gaat verwerken of je totaal afsluit. Zo houd je de hoeveelheid prikkels die je kunt verwerken beter onder controle. Het kan soms heel goed werken om even een luchtje te gaan scheppen. Je geeft jezelf dan de ruimte om even te ontspannen en weer wat marge in te bouwen.’

Hoe goed weten wij hoe mensen prikkels ervaren?

‘De wetenschap is het principe van prikkelverwerking bij mensen nog aan het ontdekken. Zo is er onderzocht waarin onderzoekers mensen met en zonder autisme dezelfde auditieve prikkels (dus geluiden) liet ervaren om te zien hoe deze twee groepen te verge­lijken waren. Het resultaat daarvan was dat er eigen­lijk nauwe­lijks verschillen zijn, maar het is belangrijk om eerst uitgebreider te kijken of dit klopt. En voor welke prikkels er wel of geen verschillen zijn. Wij onderzoeken bijvoorbeeld of er een drempelwaarde (grens) meetbaar is bij bepaalde toonhoogte tot overprikkeling. Denk aan het meten van de hartslag. Bij overprikkeling zal die hartslag veranderen. Het lastige hierin is dat het dusdanig verschillend is per persoon dat niet een specifiek geluid op een specifieke manier binnenkomt.

Er wordt nu ook gekeken naar eventuele medicijnen om specifieke prikkels te onderdrukken. De vraag is alleen of die medicijnen zo specifiek te maken zijn dat je het negatieve effect van prikkelgevoeligheid kan verminderen terwijl je de positieve prikkels behouden.’

Op de hoogte blijven van het onderzoek rondom prikkels? Volg dan Hilde Geurts of kijk bij d’Arc