• gepubliceerd
  • leestijd
    ± 5 minuten

Digitale toeganke­lijkheid: inzichten uit de praktijk van Brian Bors

Brian Bors is specialist digitale toeganke­lijkheid bij Stichting Accessibility. In dit interview deelt hij zijn praktijkervaringen en inzichten.

Sinds kort werken we samen met Stichting Accessibility om organisaties te helpen op het gebied van digitale toeganke­lijkheid. Als er iemand is met veel kennis en ervaring op dit vlak is het Brian Bors wel. Brian is specialist digitale toeganke­lijkheid bij Stichting Accessibility. Wij spraken met hem over zijn ervaringen uit de praktijk.

Foto van Brian Bors

In deel 1 van het interview lees je wat Brian het vaakst fout ziet gaan op het gebied van toeganke­lijkheid en welke vragen hij het meest krijgt. Lees snel verder en doe je voordeel met deze inzichten over digitale toeganke­lijkheid!

Wat doet een specialist digitale toeganke­lijkheid?

Ik werk al meer dan 11 jaar bij Stichting Accessibility. Stichting Accessibility is een non-profit organisatie. We ontvangen alleen fondsen voor specifieke projecten, verder komen onze inkomsten uit de diensten die we leveren. Oorspronke­lijk ben ik bij Stichting Accessibility begonnen om computerspelletjes toeganke­lijk te maken. Dat is ook waar ik voor opgeleid ben. Daar is nog steeds veel vraag naar, maar tegenwoordig hou ik me vooral bezig met web content. Mijn werkzaamheden bestaan vooral uit audits voor websites, PDF’s en apps. Daarnaast lever ik ook consultancy om mensen te begeleiden in het toeganke­lijk maken van web content en geef ik trainingen aan teams om hen dit te leren. We leveren deze diensten vooral voor overheden, omdat die verplicht zijn dit te doen. Maar ook steeds meer aan commerciële bedrijven, zoals banken, Schiphol en de NS.

De meest gemaakte toeganke­lijkheidsfouten

Web content is heel visueel van aard. Wat het meest misgaat is dat mensen met een visuele beperking niet alle informatie meekrijgen die nodig is om alle content voorgelezen te krijgen. Als wij een kop zien, herkennen we die aan grote, dikgedrukte letters en de positie. Dat zijn allemaal visuele signalen waaraan wij herkennen dat het een kop is. Een blind persoon moet voorgelezen krijgen dat het een kop is. Metadata bevat de informatie die aangeeft wat een kop is, een lijst of een paragraaf. Die metadata wordt vaak niet meegegeven.

Online navigeren met een beperking

Navigeren op een website gaat ook vaak fout. Blinde en slechtziende gebruikers maken weinig gebruik van de muis om websites te bedienen, omdat ze de cursor niet kunnen zien. Motorisch beperkte gebruikers kunnen de muis ook niet goed gebruiken. Deze groep mensen gebruikt in plaats daarvan het toetsenbord. Daarom moet je ervoor zorgen dat je website bediend kan worden met het toetsenbord. We zien vaak dat de volgorde van interactieve elementen onlogisch is. Dit zorgt voor onduide­lijke situaties.

De invloed van technologische ontwikkelingen

Nieuwe technologische ontwikkelingen zorgen ervoor dat toeganke­lijkheid op sommige vlakken verbetert, maar op sommige vlakken juist verslechtert. Er zijn bijvoorbeeld veelgebruikte elementen waar enkele toeganke­lijkheidsproblemen inzitten. Die worden op veel websites toegepast, omdat iedereen dezelfde code gebruikt. Dit soort elementen kunnen daardoor de toeganke­lijkheid sterk verslechteren of verbeteren, afhanke­lijk van of ze goed gemaakt zijn.

Meer bewustwording

Wat we zien verbeteren is de awareness. In de afgelopen 5 jaar is vooral bij overheden iedereen ervan op de hoogte dat toeganke­lijkheid nodig is. Basale dingen als dat een blind persoon überhaupt een website kan gebruiken, hoef ik steeds minder vaak uit te leggen aan website bouwers. De grotere awareness heeft er ook voor gezorgd dat de standaard componenten die ik eerder noemde beter toeganke­lijk worden. Dat is een grote verbetering.

Verslechtering komt vooral als organisaties fancy nieuwe dingen willen, zoals filmpjes, drag and drop systemen, interactieve kaarten en live meekijken met vergaderingen. Campagne-websites gaan ook vaak fout. Deze sites zijn vaak heel flashy en interactief, maar met een kleiner budget gemaakt. Toeganke­lijkheid is dan vaak een ondergeschoven kindje. Niettemin zie ik ook campagne-sites die heel goed waren, dus het kán wel.

Digitale toeganke­lijkheid in het bedrijfsleven

Niet alleen bij de overheid is de awareness verbeterd, ik zie het ook in het bedrijfsleven. Ik vermoed dat dit twee redenen heeft. Sommige webbouwers werken voor overheden, maar ook voor andere sectoren. De awareness groeit zo door naar andere sectoren. Daarnaast zie ik dat bij steeds meer congressen en opleidingen voor developers aandacht is voor toeganke­lijkheid.

Meest gestelde vragen over toeganke­lijkheid

Wat de meest gestelde vraag over toeganke­lijkheid is, ligt aan de insteek die een organisatie heeft. Doen ze het omdat het verplicht is of vindt men het zelf belangrijk? Als het verplicht is, is de meest gestelde vraag: komt dit terug op de certificeringstest en is dit nodig voor het certificaat? Dan moet ik onderscheid maken tussen wat we adviseren om te doen en wat echt nodig is qua wetgeving.

Mensen die het doen omdat ze het belangrijk vinden stellen vaak de vraag: Hoe kunnen we zelf testen of het goed gaat? Dan lever ik gratis software aan die ook door blinde gebruikers wordt gebruikt om zo de website te testen. Ik raad NVDA aan en stuur een artikel hierover mee. Vervolgens zeg ik dat ze een halve dag moeten gebruiken om goed met deze software om te leren gaan om vervolgens zelf de website te testen. Zet je beeldscherm uit en kijk dan of je je website kunt bedienen.

Daarnaast vragen mensen vaak of een website automatisch met een tool kan worden getest. Dat vragen zowel mensen die het doen vanuit verplichting als mensen die het graag zelf willen. Die tools zijn er, maar die vinden meestal ongeveer een kwart van de toeganke­lijkheidsproblemen. Daarom is handmatige toetsing altijd nog nodig.

Stel je hebt een afbeelding van een kat die als tekstalternatief heeft ‘hond’. Dat is duide­lijk fout, maar een computer kan dat niet zien. Een automatische test controleert alleen of iets aanwezig is, bijvoorbeeld een tekstalternatief, maar niet of het juist is. Dat moet door een mens worden gecontroleerd. Zodra we AI hebben die dat wel kan, hoeven we het tekstalternatief helemaal niet meer in te vullen. Want de blinde gebruiker heeft die AI die dat kan bepalen dan ook. Het zal nog wel een tijd duren voordat we zover zijn, dus tot die tijd is mijn baan veilig. Voor klanten die automatisch willen testen raad ik altijd de tool Axe aan.

Dit was deel 1 van het interview met Brian. Houd onze site in de gaten voor deel 2! Ik hoop dat je het interessant vond. Heb je een vraag? Laat het mij weten!

Wil je aan de slag met toeganke­lijkheid? Wij kunnen je helpen om jouw PDF’s toeganke­lijk te maken.