• gepubliceerd
  • leestijd
    ± 7 minuten

Waarom het Kadaster de ‘Hogeschool voor digitale toegankelijk­heid’ is

Het Kadaster is een organisatie met meer dan 100 publieke front-end systemen. Hierdoor komen alle mogelijke uitdagingen op het gebied van toegankelijk­heid wel voorbij. Niet voor niets noemt Kees Ligtelijn, coördinator online kanalen, het Kadaster ook wel ‘de Hogeschool voor toegankelijk­heid’. Daarom kijken we hoe zij het toegankelijk­heidsvraagstuk oppakken. Samen met Debby Kilic, zelfstandig adviseur digitale toegankelijk­heid, vertelt Kees over hun aanpak.

Bij het redesign van kadaster.nl, ongeveer 8 jaar geleden, bleek dat de organisatie aan de toegankelijk­heidswetgeving moet voldoen. Kees kreeg de vraag om erin te duiken. “Dat had voor ons veel gevolgen. Je hebt er namelijk veel mensen voor nodig, want het gaat niet alleen om content geschikt maken, maar ook om techniek en vormgeving. Toegankelijk­heid raakt vrijwel iedereen. Daarom moet je veel gesprekken voeren en beleid maken”, vertelt Kees.

Beleid als eerste stap voor toegankelijk­heid

Om tot dat beleid te komen, begonnen Kees en zijn collega’s met de eerste acties en keken ze waar ze tegenaan liepen. “Als bijvoorbeeld bleek dat we ontoegankelijk­e software hebben, betekende dat er bij inkoop beleid voor moest komen. Er was ook een escalatieprocedure nodig voor als er beslissingen genomen moeten worden rondom toegankelijk­heid. Soms is het belang van het Kadaster (tijdelijk) groter dan van toegankelijk­heid. In overleg met een aantal afdelingen hebben we nu bepaald wie we kunnen benaderen voor een beslissing.”

Voor de implementatie werd Debby door het Kadaster ingeschakeld. “Aan mij de taak om ervoor te zorgen dat mensen de afspraken kennen, en om meer bewustwording te creëren over digitale toegankelijk­heid. We begonnen met het opzetten van een intern loket voor toegankelijk­heid. Bij het Kadaster worden onder andere veel applicaties ontwikkeld. Daardoor was het loket belangrijk om alles rondom toegankelijk­heid te centraliseren en meer overzicht en controle te krijgen”, vertelt Debby.

Intern loket voor toegankelijk­heid en kennisoverdracht

Door het centraliseren kregen Kees en Debby zicht op alles wat naar buiten wordt gebracht door de organisatie. Kees: “We hebben gezegd dat collega’s zelf verantwoordelijk zijn voor de toegankelijk­heid van wat ze publiceren op onze websites. Maar we hebben wel gezorgd dat we alles in beeld hebben wat al publiek is of naar buiten wordt gebracht. Via het loket krijgen mensen een seintje als hun product aan de beurt is voor een toegankelijk­heidsonderzoek.”

Naast het stroomlijnen van processen rondom toegankelijk­heidsonderzoeken en de verantwoording in toegankelijk­heidsverklaringen, was het opbouwen van kennis ook een speerpunt van het loket. Debby: “Elke collega moet weten en leren wat zijn of haar rol is om beter digitaal toegankelijk te worden. We zijn daarvoor met zoveel mogelijk collega’s in gesprek gegaan. Het loket was ook een kwestie van gewoon gaan doen en kijken wat er binnenkomt. Zo ontstaan veel mooie dingen, zoals ambassadeurs in de organisatie die proactief meedenken in inhoudelijk en technisch goede oplossingen.”

Vraagbaak waar mensen terecht kunnen

Kees Ligtelijn en Debby Kilic
Kees Ligtelijn en Debby Kilic
Andere functies van het loket zijn het regelen van trainingen en het beantwoorden van vragen. Kees: “Het loket is een duidelijke plek waar collega’s terecht kunnen. Dat ontbreekt naar mijn idee vaak bij andere organisaties. Toen Debby het loket aankondigde op het intranet, kregen we gelijk een hoop vragen in de inbox. Mensen konden eindelijk ergens terecht. Dat betekent niet dat wij altijd degene zijn die helpen, maar we weten wel waar je moet zijn. Daarvoor werken we met een extern bureau samen, omdat we sommige dingen niet zelf doen. We vinden het belangrijk dat de audits onafhankelijk worden uitgevoerd. Het geven van trainingen gebeurt op verzoek en gaat over allerlei onderwerpen, dus dat gaat ook via het bureau.”

Toegankelijk­heid blijft een kwestie van pionieren

Het Kadaster heeft voor de toegankelijk­heidsdiensten van het bureau prestatieafspraken vastgelegd in een service level agreement (SLA). Zo zijn de lijnen en verwachtingen duidelijk.

Kees: “Voor ons en voor het bureau was het de eerste keer dat we voor toegankelijk­heid afspraken vastlegden. We hebben voor de SLA een jaar uitgetrokken om te kijken of dat werkt. Dit is voor toegankelijk­heid allemaal onontgonnen terrein. We hebben alles nu goed geregeld, maar toegankelijk­heid blijft pionieren. Zo blijven we nadenken over ons opleidingsaanbod. Over sommige dingen zijn we nog niet uit en daar zijn we open over.”

Je kunt het niet alleen

Debby ziet toegankelijk­heid als iets waarbij je echt de samenwerking op moet zoeken. “Je kunt het niet alleen, maar als je de juiste collega’s weet te vinden kom je verder. Toegankelijk­heid is zelden puur een technisch vraagstuk. Het vraagt om samenwerking tussen beleid, ontwerp, techniek en content. Ik zie mijn rol als de verbinder die die werelden bij elkaar brengt. We hebben mooie vooruitgang geboekt bij het Kadaster. Daarbij helpt het om met tooling niet alleen overzicht te houden, maar ook regelmatig te monitoren en te rapporteren.”

Uitdagende toegankelijk­heidsvraagstukken

Het Kadaster gebruikt veel applicaties, waarvan een deel zelf is ontwikkeld. Dit zorgt voor unieke uitdagingen. Debby: “Bij de teams is er vaak de drive om mee te denken in toegankelijk­heid. Doordat het heel uitdagend is, zoeken we grondig naar de juiste kennis om inhoudelijk de goede stappen te zetten.”

“Bij onze applicaties gaat het bijvoorbeeld om hoe je veel informatie tegelijk visueel maakt, maar ook toegankelijk. En moet navigatie op een kaart toegankelijk zijn? Of bieden we een alternatief? Dat vraagt allemaal om maatwerkoplossingen. Tegen nieuwe collega’s zeg ik niet voor niets: welkom op de ‘Hogeschool van toegankelijk­heid’. We hebben zo’n beetje het hele spectrum aan toegankelijk­heidsvraagstukken in huis. Dat is aan de ene kant heel leuk, want het is nooit saai. Aan de andere kant kom je wel eens op onbekend terrein terecht. Als een collega bijvoorbeeld iets moois in handen heeft, kan het frustrerend zijn als er toch aanpassingen nodig zijn om het toegankelijk te maken”, vult Kees aan.

Verschillende toegankelijk­heidsregels bij verschillende situaties

Het Kadaster werkt veel met kaarten voor de uitvoering van zijn taken. Die zijn moeilijk toegankelijk te maken. Het Kadaster kijkt daarvoor zoveel mogelijk naar de bedoeling van de kaart om tot een toegankelijk­e oplossing te komen. Kees: “Een digitale kaart is zelden echt een kaart. Eigenlijk is het een visuele achtergrondlaag voor een stukje data wat je wilt tonen. Soms is dat bijvoorbeeld onderdeel van een bestelproces en soms is de kaart het eindproduct. Voor al die verschillende situaties gelden verschillende regels, afhankelijk van de functie van de kaart. Dat is precies waar een adviseur toegankelijk­heid heel waardevol is, omdat hij of zij die verschillen kent en ook kan uitleggen. We proberen verschillende componenten van applicaties in een design system te verzamelen, zodat onze ontwikkelaars al die kennis kunnen hergebruiken op andere plekken.”

Ambities voor de toekomst

Het proces naar toegankelijk­heid pakt het Kadaster stap voor stap aan. Voor dit jaar heeft de organisatie het doel om de helft van de 100 websites onderzocht te hebben. Kees: “Dat doel gaan we halen. De andere helft komt volgend jaar. Dan krijgen we ook meer grip op het aanbod van opleiding, training, ook die voor nieuwe collega’s. We kunnen collega’s die dingen maken die toegankelijk moeten zijn dan beter ondersteunen. Bijvoorbeeld collega’s die documenten produceren, ontwikkelaars en productmanagers. Zij hebben kennis nodig om te zorgen dat ze toegankelijk­heid gelijk meenemen. In combinatie met kaders vanuit beleid borgen we toegankelijk­heid zo steeds beter.”

“Het loket staat nu goed verankerd in de organisatie. Bovendien hebben we nu meerdere collega’s die verantwoordelijk zijn voor toegankelijk­heid. Zo is toegankelijk­heid geborgd als een continu proces binnen het Kadaster”, vertelt Debby.

Niet alleen heeft Debby veel vragen van collega’s beantwoord, ze heeft ook de processen goed in kaart gebracht. “We maakten niet alleen afspraken, we zetten een beweging in gang. Het is geen eenmalig project, maar moet onderdeel worden van het dagelijks werk.”

Toegankelijk­heidtip van Kees

Toegankelijk­heid is een organisatievraagstuk en vraagt daardoor veel maatwerk. “Mijn tip voor andere organisaties is daarom: richt het in zoals het werkt voor jou. Je moet goed kijken hoe je toegankelijk­heidsbeleid past binnen de bestaande structuren. En niet verwachten dat je structuren of cultuur direct gaat veranderen door het schrijven van beleid. Dat komt pas als je dat beleid een paar jaar actief toepast, mensen het snappen en mensen opgeleid worden. Dus in plaats van te kiezen voor verandering, implementeer iets wat toevoegt aan de bestaande situatie”, vertelt Kees.

Tips voor toegankelijk­heid van Debby

Debby: “Toegankelijk­heid raakt vrijwel alle onderdelen van een organisatie. Daarom is het belangrijk om iedereen erbij te betrekken. Maak toegankelijk­heid concreet en tastbaar voor je collega’s. Laat mensen niet alleen horen wat toegankelijk­heid is, maar ook zelf beleven wat het betekent in hun dagelijks werk. Bij het Kadaster hebben we dat gedaan met een ervaringsplein tijdens een intern event met bijna 1.700 collega’s. Daar konden ze ervaren hoe het is om met een beperking een digitaal product te gebruiken. Dat maakte direct indruk en zorgde voor enthousiasme om het beter te doen. Toegankelijk­heid is dan niet iets van ons als specialisten, maar van de hele organisatie.”

Blijf op de hoogte van toegankelijk­heid nieuws en trends.

Meld je aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief

Andere artikelen: