• gepubliceerd
  • leestijd
    ± 4 minuten

Zo zet UWV interne onderzoekers in voor een toegankelijk­e organisatie

Het UWV heeft veel websites, portalen en formulieren die digitaal toegankelijk moeten zijn. Om al deze objecten te testen heeft het UWV mensen in dienst genomen en door ons op laten leiden. Johan Jeremiasse, testcoördinator testdiensten bij het UWV, vertelt over hun aanpak om digitaal toegankelijk te worden.

“We zijn nu sinds anderhalf jaar bezig om onze testdienst voor digitale toegankelijk­heid op te zetten. Dat begint nu behoorlijk vorm te krijgen. We staan voor een flinke opgave, want er zijn meer dan 100 potentiële externe objecten die we moeten gaan onderzoeken,” vertelt Johan.

Specialistische kennis in huis houden

Het was een bewuste keuze om te investeren in eigen mensen om de toegankelijk­heidsonderzoeken uit te laten voeren. “Als UWV willen we niet teveel op externe consultants leunen, want die zijn tijdelijk in dienst. Zeker bij dit specifieke vakgebied is het belangrijk dat we die kennis kunnen behouden. Een voorwaarde en uitdaging in de huidige arbeidsmarkt is natuurlijk wel, dat of je daarvoor de juiste mensen kunt vinden. In dit geval voor de functie van onderzoeker digitale toegankelijk­heid. Er zijn mensen van binnen het UWV ingestroomd en we hebben ook mensen van buiten de organisatie, met diverse achtergronden gehaald. We hebben het geluk gehad dat we bij Swink terecht konden om ze op te leiden. Specialisten die hierin kunnen opleiden zijn schaars. Je hebt die specialistische kennis echt nodig. Zonder de beschikbaarheid van Swink hadden we een uitdaging gehad.”

Inmiddels zijn de onderzoekers een eind op weg met hun opleiding en aan de slag met onderzoeken. Maar daarmee ben je er nog niet. "Senior adviseur digitale toegankelijk­heid Bram Duvigneau geeft in deze laatste fase onze onderzoekers de juiste input en ondersteuning. We groeien op dit moment naar zelfstandige onderzoeken toe. Het duurt een tijd voordat nieuw opgeleide onderzoekers zich comfortabel genoeg voelen om het werk zelf te doen. Als je als organisatie begint en niet weet hoeveel ondersteuning je nodig hebt, zou je kunnen beginnen met een strippenkaartaanpak voor zo’n expert. Dan beweeg je en tijdens dat proces merk je vanzelf wat er nodig is om écht werk te maken van digitale toegankelijk­heid. Maar een opleiding is onontbeerlijk, is onze ervaring,” vertelt Johan.

Johan Jeremiasse
Johan Jeremiasse
Het hebben van interne onderzoekers is wellicht qua kosten en beschikbaar budget niet voor elke organisatie weggelegd. “Een klein bedrijf kan zich geen permanente testdienst voor digitale toegankelijk­heid veroorloven. Je moet je kosten en baten daarin afwegen. Daarbij gaat het om het aantal objecten dat onderzocht moet worden en wat je wel en niet zelf wilt gaan onderzoeken. De logistiek speelt ook een rol. Alle objecten van het UWV die extern bereikbaar zijn, moeten voor de onderzoeken ook vanaf een werkplek te bereiken zijn. Het was niet eenvoudig om werkplekken in te richten voor dit type werk. Maar die werkplek maakt het mogelijk om alle onderzoeken op de juiste manier uit te voeren. Als je per onderzoek die toegang tot objecten moet regelen voor externen, is dat lastig.”

Onderschatting ligt op de loer bij digitale toegankelijk­heid

“De juiste kennis en vaardigheden zijn essentieel voor digitale toegankelijk­heid. Toepassing van de WCAG richtlijnen die je volgens de wet moet naleven, is eigenlijk te complex in de uitvoering voor standaard opgeleide voortbrengingteams. Ontwikkelteams, ook binnen het UWV, gaan bijvoorbeeld die kennis ook nodig hebben als ze de bevindingen uit onze onderzoeken gaan verwerken. Als je zo’n rapport leest, denk je dat je het snapt maar zonder kennis van de context en specifieke bedoeling van de WCAG valt dat tegen. Dat levert vragen van de ontwikkelteams op. Daar moet intern over gesproken worden. Met budget voor deze teams, kunnen zij hier zelf serieus mee aan de slag.”

De organisatie meekrijgen om prioriteit te geven aan digitale toegankelijk­heid, is een proces op zich. “Uiteindelijk gaat het erom hoeveel prioriteit digitale toegankelijk­heid krijgt. Er is nu nog geen handhaving, maar toegankelijk­heid is geen knop die je van de ene op de andere dag kan omzetten. Je hebt dus aanlooptijd nodig om je organisatie daar klaar voor te maken. Dit soort verandertrajecten kosten tijd. Ik heb niet het idee dat dit een kwestie is van één of twee jaar. Ik hoop en verwacht dat iedereen bij UWV dit gaat beseffen, zodat ze het niet onderschatten.”

Onderschatting ziet Johan als een belangrijke risicofactor. “Toegankelijk­heid is gewoon echt pittig. Het is een continu groeipad en iedereen moet hierin zijn of haar ervaring opdoen. Als je mensen hebt opgeleid, moet je je daarom wel beseffen dat het nog een tijd duurt voordat ze het echt meester zijn.”

Hoe krijg je je organisatie mee?

“Je ziet dat toegankelijk­heid nu in de fase van bewustwording zit. Organisaties moeten bepalen wat de prioriteit ervan is ten opzichte van andere dingen die ze doen. Stel: als er ingebroken wordt, weet je de mogelijke schade. Maar wanneer weet men wat toegankelijk­heid waard is? Moet er dan eerst schade zijn? Voor grote organisaties is dat dan vooral reputatieschade. Maar wat is die reputatieschade dan? Je moet bepalen hoeveel toegankelijk­heid eigenlijk waard is en hoe serieus je het moet nemen. Externe factoren zoals reputatieschade en naming and shaming kunnen grote organisaties in beweging brengen. Maar het kan ook zijn dat organisaties zelf het belang ervan snappen en ze die schade voor zijn. Welke route ga je daarbinnen bewandelen? Dat is een lastige vraag.”

Blijf op de hoogte van toegankelijk­heid nieuws en trends.

Meld je aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief

Andere artikelen: